0318 523 911
roos

Groot in het kleine


Stuitligging

De meeste kinderen liggen rond de achtste maand met het hoofd naar beneden. Bij 3-4% van de zwangerschappen is dit niet het geval en ligt het kind in stuitligging.

In de meeste gevallen is er geen oorzaak voor de stuitligging (85%). Wel komt een stuitligging vaker voor bij een meerlingzwangerschap, bij een placenta die voor de uitgang van de baarmoeder ligt en bij bepaalde vormafwijkingen aan de baarmoeder.

Wat is een stuitligging?

  • Bij een stuitligging ligt het hoofd van het kind boven in de baarmoeder terwijl de billen beneden bij de ingang van het bekken liggen. Er zijn verschillende soorten stuitligging.
  • Onvolkomen stuitligging: de benen liggen gestrekt omhoog naast het lichaam, zodat het kind als het ware op zijn tenen kan sabbelen.
  • Volkomen stuitligging: de benen zijn gebogen zodat de voeten bij de billen liggen (`kleermakerszit`).
  • Half onvolkomen stuitligging: één been ligt gestrekt naar boven zoals bij een onvolkomen stuitligging, het andere been ligt gebogen naar beneden, zoals bij een volkomen stuitligging.
  • Voetligging: het kind ligt met één of beide benen gestrekt naar beneden, zodat één of twee voeten lager dan de billen liggen.

Welke keuze heb je?

Als je kind in stuitligging ligt, heb je twee keuzemogelijkheden:

  • Uitwendige versie. Dit is het draaien van het kind met de handen aan de buitenkant van de buik van stuitligging naar hoofdligging.
  • Niets doen. Er is dan een kleine kans dat het kind alsnog spontaan naar hoofdligging draait. Deze kans wordt kleiner naarmate de zwangerschapsduur vordert omdat de hoeveelheid vruchtwater afneemt en de ruimte voor het kind om te draaien steeds minder wordt.

Waarom is een hoofdligging gunstiger?

Voor een kind is een hoofdligging de meest natuurlijke ligging om geboren te worden. Een normale bevalling in hoofdligging geeft de minste kans op gezondheidsproblemen voor moeder en kind. Bij een bijzondere bevalling zoals een vaginale stuitbevalling of keizersnede zien we vaker dat een kind wordt opgenomen op de couveuseafdeling. Voor de moeder is er na een keizersnede een grotere kans op complicaties dan bij een normale bevalling, zoals een wondinfectie, nabloeding, beschadiging van de blaas of het niet goed op gang komen van de darmen. Voor alle volgende zwangerschappen na een keizersnede geldt dat de bevalling moet plaatsvinden in het ziekenhuis onder leiding van de gynaecoloog omdat er sprake is van een litteken in de baarmoeder. Tijdens de bevalling bestaat dan een kans dat dit litteken scheurt (1%). Ook is er een kleine kans dat tijdens een volgende zwangerschap de moederkoek ingroeit in het litteken van de keizersnede, wat veel bloedverlies met zich meebrengt en soms ook verwijdering van de baarmoeder tot gevolg heeft.

Wanneer wordt een uitwendige versie gedaan?

Kinderen veranderen vaak van ligging in de zwangerschap. Rond 33 weken ligt nog ongeveer 25% van de kinderen in stuitligging. Een groot deel hiervan draait vóór de bevalling nog spontaan naar een hoofdligging. Het draaien van het kind vóór 36 weken is daarom in het algemeen niet zinvol. In principe kan het kind, mits er voldoende vruchtwater is, vanaf 36-37 weken tot aan de bevalling gedraaid worden.

Waarom een echo?

Bij het echoscopisch onderzoek kijkt de echoscopist naar de ligging van het kind, de hoeveelheid vruchtwater, de ligging van de placenta en naar aangeboren afwijkingen die een enkele keer een oorzaak van de stuitligging kunnen zijn. Soms wordt er bij de echo een reden gevonden voor de stuitligging. In dat geval kan er meestal geen uitwendige versie plaatsvinden.

Ook tijdens het draaien zelf is het echo-apparaat altijd in de buurt om vlak voor het draaien de ligging nog eens te bevestigen en om na de versie te kijken of de versie gelukt is.

Wie voert de versie uit?

In onze praktijk is één verloskundige, Esther Muylaert, die opgeleid en gecertificeerd is om uitwendige versies uit te voeren. De versie kan dan ook binnen onze praktijk gedaan worden. Ook bestaat de mogelijkheid om de versie door een gynaecoloog uit te laten voeren.

Hoe wordt het kind gedraaid?

Je ligt op de onderzoeksbank in een prettige ontspannen houding met opgetrokken knieën. De verloskundige omvat met beide handen de billen van het kind en brengt die naar één kant van het bekken. Daarna wordt het kind met één hand op deze plaats gehouden en met de andere hand wordt het hoofdje naar voren bewogen. Door nu de billen omhoog en het hoofd geleidelijk naar beneden te bewegen zal het kind zelf verder draaien.

Let op:

  • We hebben graag dat je blaas niet helemaal leeg is. Als de blaas te vol is om te ontspannen zullen we alsnog vragen om even te gaan plassen.
  • Voor en na de uitwendige versie wordt de hartslag van je baby enige tijd gecontroleerd om te beoordelen of de conditie van je kindje goed blijft.
  • Als je bloedgroep Rhesus negatief is, krijg je na de versie Anti D toegediend.
  • De meeste kinderen liggen rond de achtste maand met het hoofd naar beneden. Bij 3-4% van de zwangerschappen is dit niet het geval en ligt het kind in stuitligging.
  • In de meeste gevallen is er geen oorzaak voor de stuitligging (85%). Wel komt een stuitligging vaker voor bij een meerlingzwangerschap, bij een placenta die voor de uitgang van de baarmoeder ligt en bij bepaalde vormafwijkingen aan de baarmoeder.

Hoe vaak lukt het draaien?

  • Of het lukt om je baby te draaien is van te voren moeilijk te voorspellen. Een aantal factoren spelen hierbij een rol.
  • De zwangerschapsduur: naarmate de zwangerschapsduur verder gevorderd is, is de kans groter dat bij een gelukte versie het kind in hoofdligging blijft liggen en niet terugdraait.
  • De hoeveelheid vruchtwater: bij voldoende tot ruim vruchtwater is het draaien makkelijker dan bij weinig vruchtwater.
  • De ligging van de placenta: als de placenta tegen de achterkant van de baarmoeder ligt, is het makkelijker om het kind vast te pakken dan wanneer deze tegen de voorkant ligt.
  • De buikwand: Een stevige buikwand zoals vaak bij een eerste kind, maakt het draaien over het algemeen iets minder makkelijk.
  • De kans op een succesvolle versie is als je je eerste kindje verwacht ongeveer 25% en als je al eerder zwanger geweest bent ongeveer 75%.

Wat zijn de risico`s van het draaien?

Als complicatie voor de moeder wordt gerekend het spontaan breken van de vliezen met het risico dat de navelstreng voor het hoofdje/de billen uitzakt, bloedverlies, het uitwisselen van bloed tussen moeder en kind, het (gedeeltelijk) loslaten van de placenta en weeën. Als nadeel mag genoemd worden een pijnlijk, beurs gevoel door het doen van de versiepoging.

Complicaties voor het kind die het gevolg zijn van het uitwendig draaien zijn zeldzaam. Bij het kind kan een tijdelijke vertraging van de hartslag optreden die vrijwel altijd na enige tijd spontaan herstelt. Is dit niet het geval dan wordt je doorverwezen naar het ziekenhuis waar een enkele keer kan worden overgegaan tot een spoedkeizersnede. (kans<1%).

Gelukkig komen bovengenoemde complicaties maar heel zelden voor (bij mensen waarbij een versie verricht wordt ongeveer 0.5% vaker dan bij mensen waarbij geen versie verricht wordt).

Wanneer bellen?

Na de versie is je buik vaak gevoelig, dit is normaal. Wanneer je echter heftige buikpijn krijgt, vruchtwater verliest, regelmatige weeën krijgt of bloed verliest moet je direct contact met ons opnemen via ons spoednummer. Ook kan je na de versie minder bewegingen van je kindje voelen. Over het algemeen herstelt dit weer binnen enkele uren tot normale kindsbewegingen. Is dit niet het geval neem dan contact met ons op. Natuurlijk mag je altijd bellen bij onzekerheid, ongerustheid of vragen.

Wat als de versie gelukt/mislukt is?
Als de versie gelukt is blijf je voor de verdere controle van je zwangerschap bij onze praktijk en heb je dus de keus om thuis of poliklinisch te bevallen.

Als de versie niet gelukt is of als het kind uit zichzelf weer terugdraait, kan overwogen worden de versiepoging te herhalen.

Blijft je kindje in stuitligging liggen dan zal de bevalling plaatsvinden in het ziekenhuis en controleert de gynaecoloog het verdere verloop van je zwangerschap. De gynaecoloog bepaalt en bespreekt met jullie of een vaginale stuitbevalling een goede optie is. Je hebt hoe dan ook de keuze voor een vaginale bevalling of een keizersnede. Soms heb je geen keus maar zal de gynaecoloog om medische redenen besluiten tot een keizersnede.

In gesprek met Esther

Als je kindje in stuitligging ligt komen er veel vragen op je af.

We hebben  bij het schrijven van bovenstaande informatie voor de `je` vorm gekozen. Dit neemt niet weg dat we graag met jou en je partner in gesprek willen gaan om jullie te begeleiden bij het maken van een keuze die bij jullie past.

Zo gauw duidelijk is dat je kindje in stuitligging ligt en je een goede termijn hebt bereikt om een eventuele versie uit te laten voeren zullen we indien gewenst tijd inplannen om het één en ander nog eens mondeling toe te lichten.

Een folder over de uitwendige versie bij stuitligging vind je via de onderstaande link: http://www.deverloskundige.nl/over-de-verloskundige/subtekstpagina/188/stuitligging-draaien-door-uitwendige-versie/