0318 523 911
roos

Groot in het kleine


Borstvoeding

Algemeen

Alle baby’s willen regelmatig drinken. Vaak om de 3 uur of zelf vaker. In het begin moeten jullie hier aan wennen en is er soms helemaal nog geen regelmaat. Samen met de kraamverzorgster zal je hier je weg in vinden en je gaat merken dat het voeden gedurende de kraamweek steeds beter gaat. Alle baby’s vallen wat af, dat is normaal. Na ongeveer twee weken zijn de meeste baby’s weer terug op hun geboortegewicht.

Bij borstvoeding is het belangrijk je baby regelmatig aan te leggen, het voeden op verzoek. Dit stimuleert de melkklieren en zorgt ervoor dat de borstvoeding op gang kan komen. Bij de ene vrouw duurt dit wat langer dan bij de andere. Na enkele dagen krijg je stuwing, dit betekent soms pijnlijke, volle borsten. Leg je baby vaak aan om zo de stuwing te verhelpen. Na ongeveer 2 dagen wordt dit minder.

Zijn er problemen met de borstvoeding, bijvoorbeeld met het aanleggen, is er weinig borstvoeding, heb je last van tepelkloven of veel pijn tijdens het voeden, dan kunnen wij samen met de kraamverzorgster een aantal tips geven en een plan maken om de situatie te verbeteren. Lijkt het niet beter te gaan dan is het inschakelen van een lactatiekundige vaak heel zinvol.

Ellen Leerentveld is als lactatiekundige verbonden aan onze praktijk. Meer informatie over haar bereikbaarheid vindt je op www.degroeicirkel.nl.

 

Informatie-avonden

Wij raden vrouwen (en eventueel hun partner) aan om in de zwangerschap een informatieavond bij te wonen over borstvoeding. Zeker als het de 1e keer is dat jeborstvoeding gaat geven, of als er problemen waren met de borstvoeding bij een vorig kind.

Ellen Leerentveld houdt elke 2e dinsdagavond van de maand een voorlichtingsavond in ons centrum. Graag aanmelden via www.degroeicirkel.nl.

Diverse kraamcentra geven ook informatieavonden over borstvoeding. Informeer bij het kraamcentrum waar je staat ingeschreven.

Vuistregels

De WHO en UNICEF ontwikkelden tien vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding. Ons borstvoedingsbeleid is hierop gebaseerd.

Vuistregel 1
De praktijk heeft een beleid ten aanzien van de borstvoeding, dat standaard bekend wordt gemaakt aan alle betrokken medewerkers.
Ons borstvoedingsbeleid is vastgelegd op papier, al onze verloskundigen werken volgens dit beleid. Dit beleid is ook bekend bij de kraamcentra en het consultatiebureau.

Vuistregel 2
Alle betrokken medewerkers worden de vaardigheden aangeleerd die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid
We volgen regelmatig een borstvoedingscursus om ons bij te scholen. We hebben diverse abonnementen op borstvoedingstijdschriften.

Vuistregel 3
Alle zwangeren worden voorgelicht over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven.
Tijdens de controles in de zwangerschap wordt er regelmatig stilgestaan bij het onderwerp borstvoeding. Er wordt dan het een en ander uitgelegd en twijfels en vragen worden besproken. Een aantal borstvoedingsfolders en tijdschrift wordt meegegeven. Alle zwangeren die borstvoeding willen gaan geven krijgen een informatieboekje mee over borstvoeding, die wij zelf hebben samengesteld. Hierin staat ons borstvoedingsbeleid ook nog eens toegelicht.

Vuistregel 4
Moeders worden binnen 1 uur na de geboorte van hun kind geholpen met het geven van borstvoeding.
In de eerste uren na de geboorte is de baby zeer alert en zijn de zuig- en zoekreflex het sterkst aanwezig. Dan is het dus belangrijk om de baby aan te leggen aan de borst. De verloskundige of kraamverzorgende zorgt dat dit (indien mogelijk) binnen dit eerste uur gebeurt. Zij helpen je met aanleggen.

Vuistregel 5
Aan vrouwen wordt uitgelegd hoe ze hun baby aan moeten leggen en hoe zij de melkproductie in stand houden, zelfs als de baby van de moeder gescheiden moet worden.
Tijdens de kraamtijd wordt door de verloskundige en kraamverzorgende veel tijd besteed aan de praktijk van borstvoeding geven. Er worden verschillende voedingshoudingen aangeleerd. Indien nodig wordt geleerd hoe de kraamvrouw moet kolven, als de baby in het ziekenhuis ligt.

Vuistregel 6
Pasgeborenen krijgen geen andere voeding dan borstvoeding, tenzij op medische indicatie.
De baby wordt een aantal keer gewogen in de kraamtijd. Als de baby niet teveel afvalt is er geen reden om andere voeding te geven dan moedermelk. Wij hebben een beleid ten aanzien van bijvoeden, dat ook bekend is bij de kraamcentra.

Vuistregel 7
Moeder en kind mogen dag en nacht bij elkaar op de kamer blijven (rooming-in).
Door dicht bij de baby te zijn kan de moeder op tijd hongersignalen herkennen (nog voordat het gaat huilen) en daardoor op tijd borstvoeding geven aan haar baby.

Vuistregel 8
Borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd.
Dit betekent dat er geen vaste voedingstijden aangehouden worden. Als de baby honger heeft wordt hij/zij aangelegd. Dit kan wel 10-12 keer per dag zijn. Na een aantal weken komt er vanzelf een ritme in het voeden en neemt de frequentie van het voeden af naar zo’n 6-8 voedingen per dag.

Vuistregel 9
Aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen, wordt geen speen of fopspeen gegeven.
De baby kan in verwarring komen door het verschil in vorm van tepel en speen (tepel-speenverwarring). Als de baby eenmaal goed de techniek van borstvoeding door heeft (meestal na 3-4 weken) kan als dat nodig is een speen gebruikt worden.

Vuistregel 10
Er is een goede samenwerking met een lactatiekundige.
In onze praktijk worden voorlichtingsavonden gegeven door Ellen Leerentveld. Ook wordt zij ingeschakeld bij borstvoedingsproblemen.